3.4.07

Toogpraat.


Door het goede weer maakte ik gisteren, maandag, een wandelingetje en kwam alzo in het naburige dorp terecht, dorstig weer en een open deur van het café nodigt natuurlijk uit. Ik zette me neer aan een tafeltje halweg het café, links van mij zaten twee oudere mannen rustig onder elkaar te keuvelen over koetjes en kalfjes met nu en dan een lachje.
Aan de toog zaten enkele stamgasten waarvan er onmiddellijk twee in het oog sprongen, een man en een vrouw, beiden sjofel gekleed en een bad zou ook al meer goed dan kwaad hebben gedaan, zo een beetje levend op de rand van de maatschappij, alsof die hen al een paar keer had uitgespuwd. Ik schatte hen rond de 35 jaar en samen zullen ze ongeveer een IQ hebben gehad van rond de 35. Hij met een kaalgeschoren hoofd, steeds aan het woord met een stem die je drie straten verder nog kon horen, zij zwijgend en rondloerend als een havik met opvallend blauwe ogen en met een rug die een beetje naar één kant overhelde.
Na enkele minuten was ik reeds op de hoogte van de helft van hun familiale toestand, wat ze aan huur betaalden, hoeveel hij trok van het OCMW en dat ze reeds drie kinderen hadden en dat het haar geen éne moer kon schelen dat ze als konijnemoer van de éne naar de andere dracht rondliep, het jongste was 7 maanden. Aan haar bolle buik te zien, van naar ik schat een maand of vier, zouden ze dus weldra dus niet met vijf maar wel met zes aan tafel moeten aanschuiven.
Toen kwam tussen het koppel het volgende gesprek tot stand.
Zij "Ik wil naar huis, we zijn nu al heel de dag onderweg."
Hij "Wat kunnen we thuis gaan doen, als ik je vraag om in het huishouden iets te doen ben je plotseling doof."
Even stilte tussen de twee en iedereen wachtte in spanning af.
Zij "Dan ben ik maar als je moeder, dan hoort die ook niet goed."
Hij "Hou mijn moeder hier maar buiten, dat is een oud mens en daarbij ge weet dat ze maar één oor heeft."
Nou moe, wij veronderstelden dat het de bedoeling was om haar diets te maken dat ze uit één oor niet goed hoorde.
De twee oudjes links van mij krijgen plots last van een overvolle blaas en zochten snel met hun beiden het toilet op. De deur van die afdeling was nog maar net dicht of we hoorden een duet van bulderend gelach langs gene zijde van de deur.
Aan de toog stond een man die niet vies is van een grap en een grol en hij vroeg aan het kaalhoofdige figuur " Waar staat die oor dan ?".
Daarover moest hij toch even nadenken en na enkele ogenblikken kwam het voor ons verlossende antwoord. Hij zij met een stem als een klok" Wel, links of rechts, ik weet het niet juist, ik zal het haar eens moeten vragen.". Het hek was van de dam en de grapjas vroeg " Zou het dan niet beter in het midden staan." De kerel wou hier een antwoord op geven maar zijn GSM riep hem tot de orde, hij antwoordde met de nog steeds krakende stem dat hij in café zat maar dat het geen enkel probleem was om het geld te komen halen.
Daar waren we dan ook niet door verrast. Hij zij tegen zijn wederhelft dat ze gingen opkrassen en dus bleef hij het antwoord op de vraag schuldig, we zullen het dus nooit weten. Ze stapten beide op een bromfiets van het jaar stilletjes, en met een lawaaierige motor zoals zijn eigenaar waren ze weg om in het onbekende te gaan ontvangen.
En toen werd het stil in het café, ik bedoel hiermee dat de gesprekken terug op een normaal geluidsniveau konden gevoerd worden.
Gisteren echt gebeurd tussen 16:00 uur en 17:00 uur.
Moeder waarom leven wij.
Een reactie plaatsen